Het Kruis als cultureel symbool

Jan Willem Schnerr, 24 december 2023

Kijk eens aandachtig naar deze foto van de minister-president van Beieren, de grootste deelstaat van Duitsland in het machtigste land van Europa. Markus Söder houdt het Kruis vast in een tedere greep, teder maar toch krachtig, dankzij hem valt de Heiland niet ter aarde. Integendeel Söder heeft doorgedrukt dat de crucifix voortaan in alle Beierse overheidsgebouwen komt te hangen, direct na de draai- of klapdeuren om daar vanaf de wand de zoekende blik van de onderdanen te vangen. Die onderdaan is op weg naar het loket waar een ambtenaar met zwart achterovergekamde haar langzaam een dossier naar voren schuift waaruit op ieder moment giftige groene slangetjes en kleine schorpioenen naar buiten kunnen kruipen.

Er valt bij toeval licht op het gelaat van de minister-president. Een eerste zonnestraal van achter de horizon, een licht dat scheert over de slagvelden in het Oosten en de daar losgebarsten zondigheid en dat als van hogerhand gestuurd dit gelaat vindt van een gelouterd man met … met een glimlach? … nee het is een vleug van deemoed met daarachter een onbreekbaar vertrouwen in het Goede dat zal overwinnen. Vanaf rechts (voor de gewone sterveling links) komt het zwart van een diepe nachtelijke duisternis die via het smetteloze overhemd overgaat in een rein, kloosterachtig wit-blauw.

Markus Söder fascineert mij al jaren. Deze geslepen rattenvanger van Hamelen met zijn vleesgeworden opportunisme is de held van al die Beierse oktober-dirndels die diep vooroverbuigend grote bierglazen neerzetten op de stamtafels in Obergurgel en Niedergurgel. En natuurlijk, helaas, er zijn ook spelbrekers in Beieren. Gemelijke intellectuelen die naar het Bundesverwaltungsgericht lopen om daar te klagen over het verschrikkelijke leed dat hen wordt aangedaan door een overheid die de staatsgebouwen gebruikt om hen de Duitse christelijke Leitkultur op te dringen. Juist nu zoveel mensen uit het Oosten zich komen laven aan onze ethische principes.

Söder werd in het gelijk gesteld door die in merkwaardige knalrode jurken en dito vierkante petjes rondlopende rechters met hun gortdroge uitstraling (of die lui zich ’s avonds thuis werkelijk voortplanten is een tot op de dag van vandaag niet beantwoordde vraag) die na geheimzinnig beraad tot hun conclusie kwamen. Die conclusie begint met een vaststelling die in al zijn eenvoud van een genialiteit is die wij buiten de rechterlijke macht nergens meer aantreffen: “De verhouding tussen staat en kerk in Duitsland is juridisch gecompliceerd.” Is het niet prachtig? Proef die woorden op je tong en je beseft je eigen nietigheid. Enfin de uitspraak kwam erop neer dat omdat de niet-gelovige slechts vluchtig wordt geconfronteerd met het kruis bij de ingang er geen reden is om je er druk over te maken. Je loopt erlangs en verder niets: Eine flüchtige Konfrontation, die jeder Bürger aushalten muss

De geschriften, de religieuze mythen en de kerken die ons tweeduizend jaar lang een hogere, samenbindende waarheid hebben aangeboden in gemeenschappen waarbinnen men elkaar vond in een hogere zingeving, zij zijn op de terugtocht. Söder poseert als degene die ons dat teruggeeft. Hij geeft ons het Kruis als het symbool van “het historische en culturele stempel” dat ons heeft gemaakt tot wat wij zijn, gelovig of niet. De knalrode jurken lijken hem gelijk te geven. Maar toch, bij nadere beschouwing: het zijn nu dus leken die daarover beslissen, niet geestelijken. En hun argument? “Beste progressieve intellectuelen, als jullie langs zo’n kruis lopen dan is dat slechts een vluchtige confrontatie, die elke burger moet kunnen verdragen. Doe niet zo moeilijk!” 

Was also gehört zu Weihnachten? vraagt de Frankfurter Allgemeine Zeitung zich af, für diejenigen mit Leitkultur auf jeden Fall ein Tannenbaum. Een kerk, kleine meisjes zijn uitgedost als engel en zitten elkaar achterna rond het altaar. De geestelijke die het organiseert bekent een voorkeur te hebben voor de trits Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag – de gemeenschap, het afscheid, het menselijk tekort en het sterven, dan de liefde die sterker is dan de dood. Da ist wirklich alles dabei, zegt hij. Pas daarna komt het feest. In Engeland wordt al honderden jaren op Witte Donderdag The Passion op televisie uitgezonden. Pas in de negentiende eeuw kwam het op Youtube en uiteindelijk bracht Jacco Braambos Ze Pession als concept naar Nederland. Corona gooide even “roet in het eten”.

Wij zijn erop vooruitgegaan op zijn minst als consument.

Opstand van jeugdige wokers

Gastcolumn door Evert Duintjer Tebbens

In de NRC van afgelopen weekend (12-13 februari 2022) worden enkele pagina’s gewijd aan een hedendaagse trend van studentenprotest, (uit)gedragen door de woke-student. Patricia Veldhuis en Frederiek Weeda (dochter van? → prof. Iteke Weeda) beschrijven op vlotte wijze de manifestatie van deze wokers, die zich in en buiten de collegezalen laten gelden. Hun actuele protest is méér dan onmin, het gaat om zeer stellige standpunten, even krachtig als onvermijdelijk eenzijdig. Je bent woke òf niet woke, that’s the question.

Continue reading

Is ‘Saïdjah en Adinda’ wel woke?

Waarom is de Max Havelaar niet populair in post-koloniale kringen, zelfs niet het ontroerende verhaal van de twee jonge geliefden Saïdjah en Adinda? Die vraag stelden de hoogleraren J.A.A. van Doorn en Cees Fasseur al in 1995 (De laatste eeuw van Indië respectievelijk De weg naar het paradijs). Misschien omdat het dwingt tot het besef dat een fatsoenlijk man als Eduard Douwes Dekker in het Indië van 1856 niet tegen het Nederlandse bestuur was. Ook niet tegen het cultuurstelsel. Hij vond dat de daar en toen geldende regels correct en eerlijk moesten worden toegepast. Is het het onvermogen om je in te leven in een andere tijd? En daarbij het feit dat de geschiedenis ingewikkeld is (net als het heden en het leven op zich). In de Max Havelaar was namelijk de symbiotische relatie tussen Nederlandse bestuurders en de corrupte Javaanse elite een belangrijk deel van het probleem.

Continue reading

De ‘moral highground’ en de boycot van de winterspelen

Een merkwaardig schouwspel: door de extreme voorzorgsmaatregelen op de Olympische locaties in verband met de pandemie, verbleken zowel de Olympische Winterspelen zelf als de boycot daarvan. Dit worden de misschien wel meest fascinerende Spelen ooit: Stadions gebouwd voor honderdduizenden bezoekers, tribunes ‘met publiek’ dat niet mocht komen, diplomaten die niet wilden komen en daar zwijgend tussendoor officials in astronautenpakken met in het centrum van de stilte, atleten uitzinnig van vreugde of juist verdriet. De VS en in hun kielzog de kleinere Angelsaksische landen namen het voortouw tot de politieke boycot. Ik was nooit een fan van het boycotten van de Spelen.

Continue reading

‘Goodbye Mr. Churchill’; Engels als wereldtaal

Pieter Gerbrandy, regeringsleider in Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog stond bekend om zijn matige beheersing van de Engelse taal. Op een bijeenkomst waar hij voor het eerst Churchill ontmoette zei hij met uitgestoken hand: ‘Goodbye Mr. Churchill!’ Waarop deze zei: ‘Well, this is the shortest meeting I ever had.’ (Volgens de International Churchill Society was het antwoord iets eleganter: ‘Sir, I would wish that all political meetings were so short and sweet.’)

Continue reading

Kneppelfreed, zeventig jaar geleden

Met knuppels en waterkanonnen verdreef de politie een grote groep Friezen van het Zaailand, op vrijdag 16 november 1951. Ik lees het nu pas hoewel van Wad tot Stad er al op 2 november jongstleden over schreef. Een vriend van mij wiens ouders een soort stille verontwaardiging op hem hebben overgedragen over die gebeurtenissen – zij woonden in het epicentrum van de Friese onrust – probeerde tevergeefs de volle draagwijdte daarvan aan mij duidelijk te maken. Dat lukte maar moeilijk omdat het rotsachtige landschap in Cappadocië waar wij op dat moment doorheen liepen al alle aandacht opeiste. Die rotsen waren zo bizar dat mijn hersens moesten vechten tegen de gedachte dat wij, wekenlang afgesneden van het wereldnieuws, ongevraagd in een metaversum van Facebook verzeild waren geraakt.

Continue reading

Het boek Petrus Forestus Medicus; over zijn strijd tegen ‘landloeperen ende valscher medicyns bedroch’. Geschreven door Jan Schnerr op 2 oktober 2001.

Bezoek de Jeroen Bosch tentoonstelling in Rotterdam en zie het beroemde schilderij met de keisnijder. Deze kwakzalver stond in een lange traditie en had vele laat- en post-Middeleeuwse navolgers. Er hangen ook moderne kunstenaars die gefascineerd zijn door de bizarre voorstellingen van de Bosschenaar. Een gemanipuleerde foto uit 1996 van de jonge Javier Teilez in de benedenzaal verwijst al naar de ‘echte’ Keisnijder die op de eerste verdieping hangt. Het kunstwerk van Teilez toont de bedrieger die de ‘kei’ snijdt, de zot die zich laat bedotten en de nieuwsgierige toeschouwers. Op de foto valt een regen van twintigste-eeuwse pillen en capsules naar beneden (beseft de kunstenaar dat zijn boodschap contrair is aan die van zijn grote voorbeeld, tenzij hij alternatieve geneesmiddellen bedoelt?). Bosch had verwantschap met de Moderne Devotie, een stroming die inging tegen de primitievere elementen van het christendom en meer individualistisch was. Zijn boodschap was: bedrog blijft en domheid is zijn eeuwige metgezel. De moraal: geloof niet iedereen die u heling of heil belooft.

Continue reading