Europa, afhankelijk van een olifant die zich bedreigd voelt. Riskant!

Uncle Sam Doesn’t Want You — He Already Has You

Europa’s afhankelijkheid van de Verenigde Staten begint een probleem te worden. Trump I was niet Europa vriendelijker dan Trump II, maar deze keer zijn de zaken voor de nieuwe regering in Washington veel beter voorbereid dan begin 2017. De interne stabiliteit van de VS is in die acht jaar verder verminderd evenals het aanzien van de supermacht wereldwijd. Sterk afhankelijk zijn van een grootmacht die zich waarschijnlijk bevindt in een fase van neergang is gevaarlijk.

Recent nieuws: Sinds enkele dagen ligt op het bureau van Trump’s minister van Defensie het ontwerp van een nieuwe “National Defence Strategy”. De vorige (2018) verklaarde het in bedwang houden van China tot hoogste prioriteit. Die eer valt nu te beurt aan “Home and the western hemisphere”. “Domestic and regional missions above countering adversaries as Beijing and Moscow”. Wij moeten waarschijnlijk denken aan Los Angelos, Washington, Chicago, Mexico, Venezuela, Panama, Noordpoolgebied, Groenland (Denemarken? Europa tot aan de grens met Rusland?). Het ministerie van Pete Hegseth is alvast omgedoopt tot Ministerie van Oorlog. De handschoenen gaan uit. 

Al 80 jaar afhankelijk

Die afhankelijkheid is niets nieuws. Toen de Angelsaksische legers tijdens de Tweede Wereldoorlog uitzicht kregen op een overwinning op nazi-Duitsland overlegden de Grote Drie – Franklin Roosevelt, Winston Churchill en Jozef Stalin – in november 1943. Toen was nog niet bekend waar precies in Europa hun troepen elkaar zouden gaan tegenkomen. De invloed sferen werden pas expliciet verdeeld in Jalta (begin februari 1945). Groot-Brittannië ging nog door voor één van de “Grote Drie” maar werd in 1956 (Suezcrisis) door de VS ruw in het gelid van de ‘bondgenoten’ gezet. Ook het Engelse leger valt onder Amerikaans Navo-commando. Evenals het Franse leger (héél geleidelijk en niet volledig).

Op 19 november 2016 schreef ik een columnGaat Trump Europeanen van ons maken?’ Ik hoopte dat hij ging winnen. Om die reden. Heinrich August Winkler, historicus aan de Humbold-universiteit in Berlijn, schreef enkele maanden later in de NRC dat het presidentschap van Donald Trump, “een breuk [is] in de geschiedenis van het Westen. Waarschijnlijk is het de diepste breuk sinds 1945, zo niet sinds 1917.” Winkler had gelijk. Maar mijn verwachting dat de brute Trump de europeanisering van de Europeaan direct een flinke stimulans zou geven kwam niet uit.

Waarom past Europa zich zo traag aan?

1 De Europese instituties zijn historisch gezien snel tot stand gekomen. Maar door de enorme uitbreidingen met ex-Warschaupact staten rond de eeuwwisseling is er nu een bouwwerk dat nog kraakt van de nieuwigheid.

2 Zo is er geen volwassen Europese buitenlandse politiek, een kernelement van nationale soevereiniteit. Dat komt ook door het volgende punt.

3 Er is geen Europees leger, de ruggengraat van buitenlandse politiek. Dus ook geen politieke autoriteit die voorkomt dat er tien verschillende soorten tanks (etc.) zijn, dat er veel te dure spullen in de VS gekocht worden en dat overstijgende lange termijn projecten (FCAS) maar niet van de grond komen.

4 Er zijn geen Europese informatie- en veiligheidsdiensten.

5 De Europese politieke klasse, ik schreef daar in mijn vorige column over, heeft een lange remweg: een carrière in een ‘Atlantische omgeving’ maakt het voor de politieke en mediale elite moeilijk om een snelle wending te maken naar een wereld waar ‘grote baas’ Washington verandert in een concurrent met soms kwaadaardige trekken.

Risico’s en veerkracht

Wil ‘Poetin’ (ik spreek liever over ‘Rusland’) na het deels wegvallen van Amerikaanse bescherming Europa binnenvallen? Hoe reëel is dat risico? Door alarmisten wordt gesproken over een ‘window of opportunity’ van 2025 tot 2030 voor een Russische aanval. Laat dat nu net de periode zijn waarin Europese politici dringend een verhaal nodig hebben om stijgende defensie uitgaven te laten samenvallen met sanering van de overheidsfinanciën. Problematischer is waarschijnlijk dat het ontbreken van een Europees leger Washington nog jarenlang een hefboom geeft om te blijven interveniëren in de Europese buitenland- en defensiepolitiek.  

Overigens, de lange tijd die het volgens sommige kenners zal kosten om zo’n Europees leger op te bouwen (vooralsnog geloof ik hen) wordt op zichzelf niet tegengesproken door de ongelooflijk korte tijd waarin Polen dat momenteel op nationaal niveau doet. Tegelijk lees ik dat Duitsland daardoor gestimuleerd wordt om het eigen tempo op te voeren. Is dat erg? Het lijkt mij dat dat tot twee verschillende uitkomsten kan leiden: a. nationale wapenwedloop tussen grote Europese staten dan wel b. extra druk om juist Europees te coördineren. Dat laatste vanwege de extra kosten die ‘nationaal’ met zich meebrengt terwijl het kiezersvolk steeds meer begint te vrezen dat aan pensioenen en uitkeringen geknabbeld wordt. Voorspelbaar is dat dat kiezersvolk steeds kritischer gaat vragen wie eigenlijk tegen wie beschermd moet worden. Wat dat alles dan nog met ‘Poetin’ te maken heeft (die na het winnen van de Oekraïne-oorlog ook tegen een economisch probleem aanloopt) is niet eenvoudig uit te leggen. Ondertussen nam één land in betrekkelijke stilte een fundamenteel besluit: Spanje kiest voor Europees vliegtuig.

Hoe dan ook, Europa’s afhankelijkheid van een onzekere supermacht is geen prettige positie. Na succesvol crises te hebben doorstaan staat de Europese Unie nu waarschijnlijk voor de grootste uitdaging in zijn (historisch gezien) korte bestaan.

Tot slot

Europa heeft dus een probleem en loopt risico’s. Maar de veerkracht wordt onderschat. Deze stelling poneer ik na de financiële crisis (2008), de Griekenland crisis (2012), de vluchtelingencrisis (2015) en de coronapandemie. Al zal het uiteen spelen van EU-lidstaten helaas wel een vast nummer worden in de relatie Europa-VS. Polen’s president mocht afgelopen week bijvoorbeeld bij president Trump op bezoek dwars tegen de wens van de Poolse regering in. Maar het is micromanagement door een supermacht. En de ergernis blijft hangen in het collectieve Poolse geheugen.

Ik ben niet pessimistisch voor wat betreft die trage wendbaarheid van de Europese politieke klasse. De iets jongere garde die carrière wil blijven maken voelt aan dat Azië belangrijker wordt evenals de BRICS-groep, dat China sneller dan verwacht een tweede wereldmacht wordt, Amerika zich meer isolationistisch opstelt en dat Europa daar sinds mensenheugenis tussenin lag en blijft liggen en dus van daaruit zijn toekomst moet bepalen.