De Trein Naar Djokjakarta

Op het station van Soerabaya ontstaat plotseling een enorm geschreeuw. Een menigte jongeren bedreigt een politieman die ondanks zijn indrukwekkende uniform, achteruit loopt met de woedende jongens vlak vóór zich. Omdraaien en weghollen was beter geweest, maar gezichtsverlies is iets dat hier ten alle tijden vermeden moet worden. De politiefunctionaris krijgt een harde klap op zijn hoofd door een brommerhelm die uit de menigte omhoog schiet en keihard neerkomt. Het tumult is weer snel voorbij. De wachtenden om ons heen keken zwijgend toe en reageren ook niet nadat de politieman en de menigte in tegenover gestelde richtingen zijn verdwenen. Wij zijn getuigen van iets dat in dit land niet lijkt te bestaan maar dat misschien toch dicht onder het oppervlak zit: woede en aantasting van overheidsgezag.

Soerabaya is brommerkampioen. En scooterkampioen. Er wonen vier miljoen mensen in deze stad. Twee miljoen zijn jonger dan twintig jaar. Ik schat dat de hoofdmacht van de brommer- en scooterarmada, de leeftijdsgroep van 16 tot 30 jaar op zo’n anderhalf miljoen komt. De jaarlijkse bevolkingsgroei is fors. Vandaar het project “Transmigrasi”. Arme sloebers worden van Java bij duizenden vrijwillig (zegt de overheid) naar de vele eilanden getransporteerd waar zij in de landbouw een nieuw bestaan kunnen opbouwen. Dat zij daar integreren lijkt gezien de grote culturele verschillen tussen de eilanden onwaarschijnlijk. Bij de bloedige gevechten op Timor en de Molukken schijnt dat een belangrijke rol te hebben gespeeld. En waar bloed vloeit, daar neemt het leger de macht over van de politiek en het civiele bestuur. Het leger is een steunpilaar van de transmigratie.

“In Almelo is altijd wat te doen”, zei Herman Finkers, “dan staat het stoplicht weer op rood, dan springt het weer op groen.” In Soerabaya is dat net zo. Alleen verzamelen zich hier voor elk rood licht in die anderhalve minuut tien auto’s, twintig lichte motoren en zestig tot zeventig brommers. Politicologen noemen dat de opkomende middenklasse, dragers van de stabiele maatschappij naar westers model of van een revolutie. Over dat laatste wordt beslist door de economie, de cultuur en naar ik vrees ook door het toeval. Langs de stoepen en in de zeer smalle steegjes (die direct op de grote verkeersaders uitkomen) staan en zitten en liggen de duizenden have-nots. De geschiedenis leert dat uit de sloppen niet de revolutie komt.

De Franse manager van een hotel geeft zijn diagnose:
De economie van dit land is voor verreweg het grootste deel in handen van 2 % van de bevolking. De militairen beheersen een groot deel van de private economie. Het land lijkt wat dit betreft op Egypte, waar hij ook had gewerkt en waar de militaire top ook de meeste grote en winstgevende bedrijven exploiteert. Ik las in de NRC dat de Indonesische economie (het BNP) tussen 2007 en nu met 100 % is gegroeid. In de Wall Street Journal en de Jakarta Post staan heel positieve berichten over deze “economische tijger”. De betreffende correspondenten zijn gevestigd in de megasteden en finananciële centra. In Jakarta, in Hongkong, in Londen en in Washington.
Ik heb mijn twijfels over dit soort berichtgeving.

Jan Schnerr
14 januari 2013

20130211-211112.jpg
Art deco-stijl achterkant station. (Ga daar niet zitten wachten als u opgehaald wordt!) Let op de koloniale punt achter “Jogjakarta”

2 thoughts on “De Trein Naar Djokjakarta

  1. 29 juni 2012
    (
    IPS
    ) —

    Volgens de Indonesische regering leven 30 miljoen Indonesiërs onder de armoedegrens. De wereldbank rekent anders en komt uit op een viervoud daarvan.
    In elk geval is Indonesië het enige land in Zuidoost-Azië waar het aantal armen toeneemt.

    Anke

Laat een reactie achter op Carel Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *